Stereo peakmeter met PPM-ballistiek, fasemeter en uitlijntoon
Twee horizontale balken, L boven en R onder, met de schaal ertussen. De schaal loopt van 60 tot 0 en die getallen zijn dB onder digitaal vol. De 0 rechts is de bovengrens: digitaal kan er niets boven.
De verdeling is niet lineair. Van 30 tot 0 krijgt elke dB evenveel ruimte, daaronder knijpt de schaal dicht. Zo houd je het gebied waar je werkt groot en zie je de onderkant toch nog.
| Wat | Betekenis |
|---|---|
| Amber | Het niveau van nu. |
| Rood | Boven de grens van de gekozen schaal. |
| Licht streepje | De vastgehouden piek. |
| Schaal | Rood begint | Waarvoor |
|---|---|---|
| TV broadcast | vanaf -9 | Televisie. Boven -9 zit je in het gebied dat je niet wilt gebruiken. |
| Radio | vanaf 0 | Radio. Je mag doorlopen tot vol, alleen de bovenrand is rood. |
Wil je een eigen schaal, zet dan een bestand schalen.json naast het programma. Daarin geef je de knikpunten van de verdeling, welke cijfers eronder komen en waar het rood begint. Een naam die al bestaat wordt overschreven.
Houdt de piekmarkering vast tot je op Reset drukt. Staat Memo uit, dan valt de markering na anderhalve seconde vanzelf mee terug.
Schuift het hele beeld twintig dB omhoog, zodat je een zacht signaal kunt bekijken zonder je ogen te vermoeien. Let op: de cijfers schuiven mee, het is geen echte meting meer van het absolute niveau.
Wist de vastgehouden pieken en de OVR-lamp.
Rechts naast de balken staan onder het kopje PIEK dB de vastgehouden pieken van L en R. Onder de schaal staat er <-60.
Het blokje OVR eronder kijkt niet naar de balk maar naar de kale monsterwaarde. Raakt een monster vol, dan wordt het blokje fel rood met witte letters en dat blijft zo tot je op Reset drukt. Dat is nodig omdat een PPM over tien milliseconden middelt en een tik van een enkel monster dus niet laat zien.
De balken volgen DIN: tien milliseconden integratietijd en een terugval van twintig dB in anderhalve seconde. Een korte tik van tien milliseconden leest daardoor precies één dB onder de werkelijke waarde. Dat is geen fout, dat is waar een PPM voor gemaakt is: hij laat horen wat je hoort, niet wat een monster doet.
Wil je toch de kale waarden zien, start dan met --mode peak op de opdrachtregel. Met --mode vu krijg je een VU met 300 ms.
De strook onderin loopt van -1 links naar +1 rechts.
Bij stilte zakt hij naar het midden en blijft daar staan, want zonder signaal is er geen fase te tonen.
Twee vinkjes, allebei op -9 dBFS, het niveau dat in de omroep als uitlijnpunt wordt gebruikt.
In de keuzelijst staat elke opname-ingang van je machine, met het API erachter. WASAPI opent sneller dan MME. Wil je meten wat er uit je luidsprekers gaat, kies dan je Stereo Mix, of start met --loopback.
Valt de stroom stil doordat Windows de ingang afpakt, bijvoorbeeld als een videospeler hem opeist, dan merkt het programma dat en opent hij hem uit zichzelf opnieuw. In de statusregel staat dan even dat de bron wegviel.
Bij het afsluiten schrijft hij instellingen-peakmeter.json naast zichzelf: de gekozen ingang, de schaal, de ballistiek en de maat van het venster. De plek van het venster wordt met opzet niet bewaard, anders start hij op een andere pc buiten beeld op. Gooi dat bestand weg en alles staat weer op de standaardwaarden.
Start PE1PzN-meter.exe. De eerste keer duurt het een paar seconden voordat het venster verschijnt, want het programma pakt zichzelf eerst uit. Windows kan dan vragen of je het vertrouwt.
Kies onderin je ingang, en klaar. Alles zit in dat ene bestand, je hoeft niets te installeren. De instellingen worden zelf bewaard in een klein bestand naast de exe, dat mag je altijd weggooien.