PE1PzN Audio Analyser

Goniometer, spectrum, tertsbanden en luidheid volgens EBU R128

De indeling

Links de fasemeter, rechtop. In het midden een vlak dat je zelf kiest. Rechts vier balken. Die twee buitenste blijven altijd staan, welk middenvlak je ook kiest.

De vier balken

BalkWat het is
L en RDe twee kanalen zoals ze binnenkomen.
SUML en R bij elkaar opgeteld, gedeeld door twee. Dit is wat een monoluisteraar krijgt.
DIFFHet verschil tussen L en R. Dit is de stereo-informatie zelf.

SUM en DIFF samen vertellen je meer dan L en R. Zakt SUM in terwijl DIFF omhoog schiet, dan heb je een faseprobleem: er zit veel verschil maar weinig gezamenlijk signaal, en in mono valt het weg.

Kleuren in de balk

Boven elke balk zit een blokje CLIP. Dat kijkt naar de kale monsterwaarde en blijft rood tot je op RESET drukt. Een PPM middelt over tien milliseconden en ziet een enkele volle tik niet, die lamp wel.

Schaal en piekhold

Rechtsonder kies je TV broadcast (rood vanaf -9) of Radio (rood vanaf 0), en hoelang de piek blijft staan: uit, één seconde, twee seconden, of vast tot je op RESET drukt.

De fasemeter

Verticaal, +1 boven en -1 onder. Boven is mono, het midden is ongecorreleerd en dus breed stereo, en onder nul wordt het blokje rood: dan lopen de kanalen in tegenfase en valt je geluid weg in mono.

Het middenvlak

GONIO

De goniometer. Elk paar monsters wordt een punt, en het beeld is 45 graden gedraaid zodat mono rechtop staat. Het beeld licht na, net als bij een echte buis, dus je ziet de vorm van de laatste seconde in plaats van losse stippen.

Met Nalicht stel je in hoe lang het beeld blijft staan: kort geeft een strakke lijn, lang geeft die wolk. In de andere standen is die keuzelijst grijs, want dan doet hij niets.

FFT

Het spectrum, van 20 Hz links tot 20 kHz rechts, logaritmisch verdeeld zodat elk octaaf evenveel breedte krijgt. De felle lijn is nu, de doffe lijn erboven is de piek die langzaam zakt.

Waar je het voor gebruikt: brom is een spijker op 50 Hz met kleintjes op 100 en 150. Ruis is een vlakke mat over de hele breedte. Een doffe microfoon zie je als een spectrum dat boven de 8 kHz wegvalt. En een mp3 herken je aan de rechte muur rond de 16 kHz, want daar gooit de codec alles weg.

1/3 OCT

Dezelfde meting in dertig tertsbanden, van 25 Hz tot 20 kHz met de ISO-middenfrequenties. Elke staaf telt de energie op tussen zijn grenzen, een zesde octaaf aan weerskanten. Boven elke staaf staat een dof kapje: de piek. Grover dan de FFT, maar dichter bij hoe je oor het hoort en daardoor rustiger om naar te kijken.

R128

Luidheid volgens EBU R128, met K-weging zoals ITU-R BS.1770 die voorschrijft. Drie getallen:

VeldMeet overWaarvoor
MOMENTARY400 msVolgt de muziek op de voet.
LIVE3 sWaar je tijdens het mixen op stuurt.
PERIODsinds RESET PERIODDe meting over de hele uitzending.

Daaronder twee balken in LU rond het doel van -23 LUFS. De nul is het doel. Het venster tussen -1 en +1 blijft ook in rust donkergroen zichtbaar, daar wil je landen. Groen tot +1, geel tot +3, rood daarboven.

Rechts staat TIME, hoelang je al meet, met de knop RESET PERIOD eronder. Zo werk je ermee: bij het begin van de uitzending op RESET PERIOD, laten lopen, en aan het eind lees je af hoe luid het geheel was en over welke tijd.

TRUE PEAK en LRA

TRUE PEAK is de echte piek, gemeten door vier keer te overbemonsteren. Tussen twee monsters in kan de golf hoger uitkomen dan beide monsters zelf, en daar vervormt digitale distributie over. R128 staat niet meer toe dan -1 dBTP. Het getal wordt rood zodra dat gebeurt en blijft dat tot RESET PERIOD.

LRA is de loudness range in LU: de spreiding tussen het zachte en het luide deel, gemeten volgens Tech 3342. Hij heeft een seconde of tien nodig voordat er een getal staat. Klassiek heeft veel spreiding, doorsnee popradio weinig.

Rechts staat het oordeel in één regel: R128 in orde binnen een halve LU van het doel, net binnen tot een hele LU, en daarbuiten te luid of te zacht met het verschil erbij. Staat de true peak te hoog, dan gaat die melding voor, want dat is het probleem dat je eerst oplost.

Wat R128 voor radio zegt. Produceren op -23 LUFS met een true peak onder -1 dBTP, en met diezelfde twee waarden lever je ook uit. Distributie is een apart verhaal: daar mag het niveau afwijken volgens EBU Tech 3344, bijvoorbeeld voor FM. Je productie hoort op -23 te staan, ook als er verderop in de keten iets anders mee gebeurt.

SIG GEN

Zet een sinus van 1 kHz op -9 dBFS op je uitgang. De knop kleurt oranje zolang hij aanstaat. Kies je loopback als ingang en je kunt de hele keten narekenen: in FFT hoort er één spijker op 1 kHz te staan, in 1/3 OCT alleen de staaf van 1k.

De ingang en het geheugen

In de keuzelijst staat elke opname-ingang met het API erachter. Valt de stroom stil doordat Windows de ingang afpakt, dan opent het programma hem uit zichzelf opnieuw.

Bij het afsluiten wordt instellingen-analyser.json geschreven: de ingang, het middenvlak, de schaal, piekhold, nalicht en de maat van het venster. Gooi dat bestand weg en alles staat weer op de standaardwaarden.

Aan de slag

Start PE1PzN-Analyser.exe. De eerste keer duurt het een paar seconden voordat het venster verschijnt, want het programma pakt zichzelf eerst uit. Windows kan bij die eerste start vragen of je het vertrouwt.

Kies onderin je ingang. Wil je meten wat er uit je eigen luidsprekers komt, kies dan Stereo Mix of een vergelijkbare terugluisteringang van je geluidskaart. Staat die er niet bij, dan moet hij in Windows eerst aangezet worden bij de opnameapparaten.

Verder heb je niets nodig. Alles zit in dat ene bestand. Naast de exe maakt het programma zelf een klein bestand met je instellingen aan; dat mag je altijd weggooien.